maandag 25 mei 2026

GR5 van Vany naar Metz

2 mei 2025


start: auto parkeren in Thionville, met trein naar Metz, met bus...oh nee, met Uber naar Vany
kilometers: 9 kilometer
hoogtemeters: 110

Geen adieu, maar au revoir! Wanneer weten we nog niet, maar dat we de GR5 verder zullen stappen, weten we zeker. Wat hebben we de afgelopen vijf dagen genoten! De laatste etappes in Luxemburg werden afgevinkt en we bereikten Metz. Zo tof! Het lijkt of het verstilde van het Franse platteland ons nu pas doet beseffen hoe bijzonder dit is om te kunnen doen. Natuurlijk waren voorgaande trajecten ook vaak genieten geblazen, van de Deltawerken, vervolgens de Noorderkempen, weer even Nederland aantikkend, via de Belgische Ardennen en het Müllerthal naar het Moezelgebied. En nu dan in Lotharingen.

Het wandelen was vandaag maar een klein deel van onze dagbesteding. Het stuk van Vany naar Metz bedraagt slechts 9 kilometer. En...om in Vany te geraken hoeven we geen Uber te gebruiken...denken we. Gisteren hebben we alles uitgevogeld. Met de auto rijden we naar Thionville, hiervandaan pakken we de trein naar Metz en dan de bus naar Vany. Appeltje, eitje, toch? Omdat de parkeerplaats bij het station in Thionville nogal negatieve recensies liet zien, zocht René zelfs een iets verder gelegen parkeerplaats. Een korte wandeling door Thionville brengt ons hiervandaan bij het station. De treinrit naar Metz verloopt soepeltjes. De enige twijfel is of we de bus zullen halen. De overstaptijd is 8 minuten. En daar is het dat de kooltjes langzaam beginnen te gloeien. Waar is de bushalte? Van hot naar her lopen we, maar de halte voor bus P108 blijft onvindbaar. Na ruim drie kwartier zoeken, zien we 'm opeens, pal achter het station. De kooltjes koelen enigszins af. Tot de vertrektijd van bus P108, komt...en gaat. In de Fluo-app is de rit opeens verdwenen. Een andere bus met bijbehorende halte vinden lukt ons ook niet zo snel. Wat een ingewikkeld systeem is het hier, zeg. Inmiddels fikken de kooltjes bijna en komen er heftigere bewoordingen dan "gloeiende kooltjes" over mijn lippen. Dus, toch maar een Uber besteld. En twee minuten later, ja echt, zijn we op weg naar Vany. 

Bij het instappen melden we dat we "seulement un très petit peu Français" spreken. Nou, daar trekt chauffeur Jeremy zich pas du tout iets van aan. Hij ratelt er een eind op los over zijn eigen geschiedenis en die van de stad Metz. Ach, nu beseffen we in ieder geval wat voor belangrijke rots Metz in het verleden heeft gespeeld. 

Van de wandeling verwachten we niet veel qua natuur en dorpjes. Al na een paar kilometer zullen we de grenzen van Metz binnenwandelen. Toch krijgen we nog gele velden voorgeschoteld. Ook het dorpje Mey, onder de rook van Metz, doet heel aangenaam aan. De eerste flat komt in zicht. Over een soort grasveld lopen we daar linea recta heen. En tja, buitenwijken zijn nooit vaak de mooiste delen van een grote stad. Toch valt het hier redelijk mee. Bovendien voert de route ons door St. Julien lès Metz, waar het aanzienlijk luxe wonen is. Vanaf hier hebben we regelmatig een fraai uitzicht op de kathedraal in het centrum, ergens onder ons. 









En dan is daar weer een bekende, de Moezel. met de rivier aan ons rechterhand lopen we over en langs de door de Romeinen, dank Uber chauffeur Jeremy, gebouwde stadswallen. De bruggen over de Moezel bieden een fraai plaatje. Onder de bogen door zien we Temple Neuf, een protestantse kerk op een eiland in de Moezel. En door naar het volgende godshuis, de kathedraal Saint Etienne. Allemachies zeg, wat een enorm gebouw. En al dat glas in lood! We zijn onder de indruk. Op het plein voor de kathedraal vinden we een leuk eettentje. We zijn het erover eens dat we Metz een prachtige stad vinden, doorleefd en oud. Toch zijn we ook wel een beetje afgeknoedeld. Lopend naar het station genieten we nog van de smalle straatjes met de oude huizen. De rest van de stad bewaren we tot de volgende keer als ons GR5-avontuur hier verder gaat. 

Tot die tijd zullen we ons absoluut niet vervelen op de Nederlandse LAW's en andere paden.


GR5 van Kédange sur Canner naar Vany

1 mei 2025


start: met de auto naar Vany, hiervandaan een vooraf gereserveerde taxi naar Kédange sur Canner
kilometers: 27,7
hoogtemeters: 397

Zo jammer dat morgen al weer de laatste dag is van deze wandelvakantie. We zitten helemaal in het ritme. Vandaag was de langste afstand, maar die ging easypeasy. Onze benen zitten weer helemaal in de wandelflow. Ok, warm hadden we het wel, maar daar klagen we niet over. 

Daarnaast valt de omgeving ons alles mee. Van blogs en verslagen over dit stuk GR5 krijg je het idee dat dit een beetje saai deel van Frankrijk is. Nou, wij denken daar anders over. Al moet worden gezegd dat het weer en de tijd van het jaar daar wel een belangrijke rol in spelen. Ook vandaag kregen we volop knalgele velden voorgeschoteld. Het is net alsof er over dit stukje Frankrijk nonchalant een lappendeken is gedrapeerd met groene en gele patches. Prachtig. 



De start vanochtend met een Uber verloopt al even soepeltjes als gisteren. De auto parkeren we in Vany, waar de Uber-chauffeur ons oppikt om ons even later in Kédange-sur-Canner weer te droppen. Tot Hombourg-Budange, een volgend dorpje, voert de route door bebouwing. Verwonderd zien we op vele straathoeken vrouwen boeketjes van Lelietjes-van-Dalen verkopen. Is dat normaal in deze streek? Is het vandaag een speciale dag? Ah, jawel, het is de Dag van de Arbeid en in Frankrijk wordt dat fanatiek gevierd. De Franse vertaling voor Lelietje-van-Dalen is Muguet de Mai. Vandaar dus. 

In Hombourg-Budange slaan we bij het plaatselijke chateau het platteland op. Nog lang hebben we zicht op het bouwwerk als we een blik achterom werpen. Dat doen we overigens niet vaak, want voor ons is genoeg te zien. Wat  een geweldige omgeving weer. Het geel en groen van de velden golft om ons heen. Aboncourt geeft met de Mairie naast de kerk en de luiken van Café Marcus een ansichtkaartaanblik. Dit is toch echt Frankrijk. En wij stappen hier gewoon van dorp naar dorp. Zo tof!








Op naar het volgende dorp, Saint Hubert. Hoewel dus toute Frankrijk vrij is, is het in de dorpen en op de wegen enorm stil. Wel komen we heel af en toe andere wandelaars tegen. In Saint-Hubert nemen we tijd om te lunchen. Nee, niet in een eettentje, want alles is dicht. Midden in het dorp staat een soort overkapping met picknicktafels. In de schaduw bikken we onze vanochtend gesmeerde broodjes. Heerlijk.  

Zo'n beetje tot Vigy is er schaduw, omdat het pad door een bos voert. Bodembedekkende daslook zorgt ervoor dat het hier niet geel, maar wit ziet. Of het echt veel fijner ruikt...tja. Na  Vigy wordt het even bikkelen als we een behoorlijk tijdje over een zandpad met de zon op onze bol rechttoe rechtaan mogen. Wat zal het hier met echt hoge temperaturen afzien zijn.

Als we na weer een stukje bos op een open plek komen, zien we een idyllisch, echt Frans plaatje voor onze neus. De hele dag zijn we nauwelijks andere mensen tegengekomen. In de dorpjes is het uitgestorven. Maar hier, voor de schilderachtige Chapelle Notre-Dame de la Salette zit een groep mensen aan gedekte schragentafels. Kinderen spelen rondom hen. Op de tafels staan glazen met wijn en allerlei soorten eten met, uiteraard, stokbrood. Het lijkt bijna een fotoshoot voor een tijdschrift. 






Het mooie landschap blijft ons, zelfs als we de A4 oversteken, tot de laatste kilometers begeleiden. In Vany zitten de dik 27 kilometers van de route van vandaag erop. Morgen lopen we naar Metz. Als we de borden vandaag mogen geloven is dat niet ver meer. Nu alleen nog even de OV-puzzel leggen...

woensdag 13 mei 2026

St Olav Waterway van Nagu naar Korpo

20 juli


Wandelen is stom. Echt hoor! En wandelvakanties ook. Dat vind ik. Officieel. In ieder geval de komende 5 minuten. Pas als ik daarna een beetje ben bijgekomen van het oververhit zijn, mijn vingers niet langer op worstjes lijken en ik me niet meer als een uitgewrongen spons voel, herzie ik die mening, misschien. Maar zoals ik me nu voel boeken we volgend jaar een all-inclusive via Cor en Don, waarbij de enige meters die ik op mijn Garmin klik die naar en van de vele buffetten zullen zijn. Met uiteraard een cocktail binnen handbereik, gevolgd door een refill of beter refills. 
En dit alles komt voornamelijk door de laatste zeven, schurfterige, kilometers. Onder die verzengende zon. Schaduw bleek elke keer weer een fata morgana. Auto's die in golven langs ons heen raasden, uitgespuwd door een van de veerboten hier. 

En toen was daar Sollivan Guesthouse. Zo, de vijf minuten zijn om. Die laatste kilometers waren echt niet jofel, zoals jullie vast begrepen hebben, maar een all-inclusive gaat het voor ons niet worden. Al lonken die cocktails wel. Daarvoor vinden we dit soort vakanties toch nog veel te tof. Ja echt. Zelfs nu. 

De eerste 23 kilometer waren, weliswaar ook warm, best afwisselend. Het was fijn stappen over voornamelijk gravelpaden. De dagstart bij Hotel Lanterna was fijn. Door de vermoeidheid van gisteren sliepen we als roosjes. Het gedeelde sanitair was helemaal ok. Er waren voldoende douches en wc's en alles was spik en span. Het ontbijt was dikke prima verzorgd en geserveerd door een attente gastvrouw. Eigenlijk bleven we daardoor net iets te lang zitten. Er staan namelijk 30 kilometer op de planning, dus we hadden bijtijds willen vertrekken. 

Voor we de route vervolgen, maken we nog even een stop bij de K-Supermarket voor wat extra drinken. Het centrum van Nagu ziet er 's ochtends anders uit dan 's avonds. De rust is weergekeerd. Het is nog niet zo warm. De terrasjes zijn lang niet vol. Slechts een paar tafels zijn bezet met mensen die achter een krantje van een espresso genieten. Ook de haven ontwaakt. Op de boten is er reuring. 

We verlaten onze pleisterplaats van vannacht. Op naar Korpo. Ondanks dat de route niet spectaculair is, verveelt deze geen moment. Het besef waar we lopen op de wereldbol maakt het wandelen zo fijn. Je bent helemaal ondergedompeld in de omgeving waar je doorheen stapt. Je voelt het. Vandaag trouwens wel heel letterlijk met die brandende zon op onze bol. Vrijwel constant lopen we over een desolate weg, dan weer door bos, dan langs velden. Ook al lijkt alles verlaten, toch is het bewoond gebied. Zo blijkt uit de huizen die we zo nu en dan zien. Heel af en toe vangen we een glimp van het water op. Altijd fijn, want dat doet ons weer even beseffen dat we in de Archipelago lopen. De eerste kilometers komen we regelmatig aanwijzingen en verzorgingsposten van het een of ander tegen. Later zien we ook groepjes padvinders die slaapspullen op hun rug meesjouwen. Twee keer zoeken wij op de rotsen een beschut plaatsje om onze lunch te eten en wat rust te pakken. Ondanks de warmte loopt het allemaal best fijn.







Tot na de overtocht met de veerboot dus. Dat beklag heb ik hierboven al gedaan. Basta. En nu zijn we geland in Solvillan Guesthouse. Waren we eergisteren al terug in de tijd op Pensar, ook nu zijn we in een soort Back to the future beland. En wat een tof verlerden is dit. In een huis gebouwd in 1966, sterk jaar..., zijn 4 kamers gecreëerd met een gemeenschappelijke keuken en zitkamer, volledig aangekleed en ingericht met spullen uit die tijd. Wij slapen in de gele kamer. Jongens, dit is echt zo gaaf! Wat een toffe overnachtingsstek weer. Bofferds zijn  we. We worden hartelijk begroet door de gastheer. Omdat boven nog geen gasten zijn, 
krijgen we een rondleiding in het huis. Eigenlijk wil ik alleen maar neerploffen op bed, maar door het enthousiasme van René, raakt de gastheer ook enthousiast en hij blijft trots, terecht trouwens, want het is prachtig, vertellen en showen.

Het ontbijt voor morgenochtend wordt later klaargezet in de koelkast. Voor het avondeten kunnen we de keuken gebruiken. Behalve de waterkoker hebben we niet veel nodig. Het wordt weer een hikermaaltje voor ons. Echt laat maken we het uiteraard weer niet. We kletsen nog wat met twee Finse dames, spelen wat spelletjes Regenwormen en duiken dan ons mandje in. Morgen wacht een relatief korte wandeldag, maar wel met een langere veerbootovertocht.  





St Olav Waterway van Pensar naar Nagu

19 juli 2025


Gevloerd! Het waren slechts 20 kilometer, maar ik heb me erdoorheen moeten worstelen. Vooral door de laatste vijf. De heuveltjes voelden als een berg van de buitencategorie. Man, wat is het fijn om languit op bed even bij te komen in hotel Lanterna. 

De dag start trouwens heel relaxt. Vanaf Pensar gaat de boot naar Kirjais pas om 13.25 uur. De wandeling naar de aanlegsteiger is zo'n twee kilometer. Tijd zat dus. Vandaar dat we wekkerloos wakker worden. Dat houdt overigens geen uitslapen in. Mijn ogen gaan al even voor 7:00 uur open. Ik sta direct op om de omgeving in me op te nemen. Zucht! Dit is echt zo mooi. De hele nacht heeft het raam open gestaan en dat houdt in dat het nu nog redelijk fris is op de kamer. De minpuntjes die ik gisteren noemde aan dit hotel hebben grotendeels te maken met de voortdurende warmte. En juist dit weer maakt dat deze plek op dit moment het ultieme vakantiegevoel geeft. Hier zitten met kou en miezer lijkt me een stuk minder prettig. Mazzelkonten zijn we dus. 


Om 11.00 uur checken we uit. De koffers worden samen met onze lunch achter ons aan naar de veerboot gebracht. Wij stiefelen vast rustig aan die kant op. Nog even zitten we op een bankje om de baai goed in ons op te nemen. Bij de veerboot staat een schattig wachthuisje met wat boekenkasten. Zo grappig om er een Nederlandstalig boek tussen te treffen. In het zonnetje hangen we wat rond in de buurt van de steiger. Net voor de boot aanmeert, verschijnt het busje van het hotel met de koffers en een heerlijk uitziende lunch. Deze eten we aan boord. De deining maakt dit keer minder indruk op mijn lijf. Het zit heerlijk aan dek, terwijl we aan allerlei eilandjes voorbij trekken, ondertussen een bijna gastronomische aardappelsalade naar binnen werkend. 




Veel eerder dan verwacht, want de boot vertrok een kwartier te vroeg en de overtocht duurde nog geen half uur, staan we in de haven van Kirjais. Dat zal wachten worden op het bagagevervoer. Nou, niet. De taxi komt vrijwel direct aanrijden. Fijn, want dat scheelt ons een half uur. Voor een soortgelijke reis overwegen we trouwens alleen met rugzak op pad te gaan. Het vervoer is perfect geregeld, hoor, maar we hebben gewoon teveel mee. Dat zorgt vooral voor onrust in mijn koppie. Voorgaande georganiseerde wandelvakanties combineerden we vaak met een autovakantie. In dat geval maakt het niet uit hoeveel je meezeult, want tijdens de wandelweek lieten we overbodige spullen in de auto achter. Bovendien zat het bagagevervoer er in die vakanties altijd standaard bij. Daar hoefden we niet over na te denken. Maar goed, ook op deze manier gaat het prima en scheelt het een hoop gesleep, maar in de toekomst doen we het wellicht anders. 

Om 14.00 uur begint onze wandeldag. Nagu ligt 17 kilometer verderop. Al vanaf het begin heb ik het zwaar. De zon brandt meedogenloos. Schaduw is er vrijwel niet. Ook valt uit de omgeving weinig inspiratie te halen. Tenminste, net na het haventje zien we nog wat velden met peulen. Opnieuw is het contrast tussen het groen van de gewassen en het rood van de huizen opvallend. Verder loopt de route rechttoe rechtaan over de weg langs een bosrijk gebied. Opeens zien we rechts weer water. Dat blijft toch leuk. Het doet ons ook nog maar eens beseffen waar we ons bevinden. Een tijdje blijven we er zicht op houden. Het zorgt niet alleen voor afleiding, maar heel af en toe ook voor een beetje verfrissend windje.

De rest van de route, tot ongeveer vijf kilometer voor Nagu, verloopt eender, dan weer zwoegen over rechte wegen, dan weer zicht op het water. Ook als we een minder drukke bosweg inslaan, blijft het ploeteren voor mij. De zachte ondergrond is fijn, maar het is echt verzengend warm. 

In de reisbeschrijving staat dat we in de buurt van Nagu langs een drukke weg stappen. Dat klopt. Het is goed uitkijken, want de auto's razen voorbij. Op de twee bruggen die we hier oversteken, durf ik nauwelijks foto's te nemen. Wel zien we hoe het hier weer is. 




Om net voor vijf uur arriveren we bij het popperige Hotel Lanterna. Poeh hee, even bijkomen.
Vanavond is het avondeten niet inclusief, i
n Nagu zijn namelijk voldoende eettentjes. We gaan dus zelf op zoek. Maar eerst maken we een extra lusje om bij de St Olavkerk een stempel te scoren en een foto met de Pelgrimspaal. Voor de stempel zijn we net te laat. De kerk is gesloten. Morgenochtend vanaf 10.00 uur kunnen we weer terecht. Gloeiende kooltjes, dan zijn wij al op pad. Maar laat er nu net iemand naar buiten komen. Ik houd ons pelgrimspaspoort omhoog en vraag of er nog ergens een stempelkastje is. Nee, helaas. Maar de meneer is wel zo lief om binnen toch nog even voor ons te stempelen.

Nagu heeft een volledig andere sfeer dan Pensar. Hier is het poepiedruk met bootmensen. De terrassen zitten bommetjevol. Eigenlijk hebben we daar niet zoveel zin in. We maken een rondje en keren terug naar het hotel. In de koffer zitten nog zakken met een hikermaaltje. Dat wordt ons avondeten. 

De oogjes gaan vanavond vroeg toe. Morgen wacht een dertiger... 

dinsdag 12 mei 2026

St Olav Waterway van Pargas naar Pensar

18 juli 2025


De afgelopen dagen klonken onze verhalen wellicht erg mooi en idyllisch. Nou, om niet al te ongeloofwaardig over te komen, brengen we daar nu verandering in... Afgelopen nacht was er een vol ergernissen, tenminste, eigenlijk maar één heel grote. En dat is dat het pas dik na enen een beetje rustig werd. Tot die tijd dreunden we mee op de basgeluiden van een feestje in een bar even verderop. Het meest irritante was nog dat de nummers zelden herkenbaar waren. Het leverde heel wat gedraai en gemopper op voor we eindelijk in slaap vielen. 

Volgende puntje van niet juichen is het hotel waar we voor de komende nacht zijn aanbeland. Nu moet ik bekennen dat ik dit schrijf, terwijl we net zijn aangekomen. Mijn lijf voelt nog weeïg van vermoeidheid door de korte nacht en de overtocht. Er bleek namelijk maar weer eens dat ik geen zeebenen heb. Maar, waarom dan precies geen trompetgeschal? Nou, laten we zeggen dat we waarschijnlijk even moeten wennen aan de charme van vergane glorie van Hotel Sandvik op Pensar. Als we straks een beetje zijn bijgekomen, is het feit dat de ramen niet open kunnen op de snikhete kamer (inmiddels verholpen, een beetje brute kracht schijnt
dag Eva

te helpen), dat er dikke vliegen gevangen zitten voor die dichte ramen (inmiddels dus naar buiten gebonjourd) en dat we om te douchen zo'n 300 meter verderop moeten zijn in openbare doucheruimtes, vast geen belemmering meer om te genieten van deze prachtige locatie. Want, jongens, dat uitzicht! Maar goed dat is waar we nu zijn. Hoe zijn we hier geraakt. Dat verhaal maakt namelijk ook direct een eind aan dit gemopper. Het was namelijk gewoon ook een heel fijne vakantiedag met, ja, toch echt, heel veel idyllische plaatjes!

Het is bijna jammer dat we de fijne plek van afgelopen nacht, ondanks de herrie van verderop, moeten verlaten. De kamer is comfortabel en de verzorging is top. Bovendien is Eva hartelijk en warm. Maar goed, we gaan door. We hebben zo'n 20 kilometer voor de boeg en een overtocht met een veerboot. Omdat we graag nog een koffiebreak willen maken bij Sattmark, ongeveer halverwege, vertrekken we direct na het, erg lekkere, ontbijt. We klimmen, nou ja, lopen omhoog, Pargas uit. Op de een of andere manier missen we een uitzichtpunt over een steengroeve. Dit merken we pas later en in teruglopen hebben we dan niet zoveel zin meer. Na Pargas komen we op een fietspad naast een doorgaande autoweg te lopen. Een viaduct onder de weg door brengt ons af en toe naar de andere kant om dan via een ander tunneltje weer terug te stappen.

Linksaf geslagen staan er opeens enorme...tja, wat zijn het, lagers en assen, volgens René, voor ons. Geen informatiebord te bekennen en ook internet geeft geen uitsluitsel over wat dit moet voorstellen. We houden de pas erin. Het fietspad golft langs de weg op en neer. Af en toe hebben we een weids uitzicht over velden vol graan met her en der weer zo'n gezellig gekleurd, houten huis. Bovenop een van de heuveltjes zien we een gezellig zitje dat koffie met lekkers aanbiedt. Wij gaan door. Sattmark is het doel. 

Dat is gelegen aan de overkant van een brug over weer een zeearm. Bovenop is het, wel tegen de reling gedrukt, want de auto's razen voorbij, genieten van het uitzicht. Sattmark Café is fotogeniek. Wat een leuke plek! In het sfeervolle huisje halen we koffie met lekkers. Tijd zat om de boot te halen. Denken we. Want opeens denken we te lezen dat de boot om 13.30 uur in plaats van 14.00 uur gaat. Gloeiende kooltjes, moeten we toch nog even fiks doorstappen. Dus huppakee, weer aan de wandel. Goed opletten, want verkeerd lopen schijnt hier regelmatig te gebeuren. René heeft gelukkig postduifgaven, dus hij leidt ons naar de juiste route. Al nalezend in onze gegevens merkt hij op dat onze boot toch gewoon om 14.00 uur afvaart. Ach, de pas zit er nu al goed in, dus we stappen gewoon lekker door. Die Olav heeft trouwens een mooie route gekozen op weg naar Nidaros, het huidige Trondheim. De omgeving is prachtig. Voor de derde dag op rij spotten we hertjes. Het grote verschil zal zijn dat Olav zich door wildernis een weg heeft moeten banen, terwijl wij constant over asfalt wandelen. Het maakt het voor ons een stuk makkelijker, maar minder avontuurlijk is het wel. Gelukkig zijn de bermen prachtig. Allerlei soorten bloemen in net zoveel kleuren maken samen met dat fraaie uitzicht dat dit lange stuk naar de veerboot geen moment verveelt. 







Een uur te vroeg, tja, dat krijg je met dat doorstappen, bereiken we de veerboot. Op de steiger met uitzicht op de vele eilandjes eten we de vanochtend meegekregen lunch. Precies om 14.00 uur vertrekt de gele ferry. Als ik een blik achteruit had geworpen had ik mijn Dopper nog op de steiger kunnen zien staan. Later kwam ik er namelijk achter dat ik 'm daar ben vergeten. Al varend krijgen we pas echt het gevoel dat we middenin de Archipelago zitten. Waar we ook kijken zijn eilandjes, sommige bewoond, maar andere met prachtige huizen, vaak met steiger en boot voor de deur. De zon brandt. Nergens op de boot is schaduw te vinden. Mijn toch al niet zeewaardige lijf vindt dat niet heel fijn. Een beetje weeïg stap ik 50 minuten later op Pensar van de boot. 

Wat een ander gevoel geeft dit eiland. Je voelt de rust gewoon. In eerste instantie lopen we nog door, relatief dan, bebouwd gebied. Graanvelden bieden een mooie voorgrond voor de rood geschilderde, houten huizen. Na de kern, want centrum is een te groot woord, mogen wij nog een kilometer of twee over gravelpaden door een bos. Weer bij water aangekomen staan wat houten gebouwtjes. Rechtsaf ligt Hotel Sandvik. De buitenkant heeft flink te lijden gehad van de zeewind. Binnen is het alsof we in een oude aflevering van een Engelse serie terecht zijn gekomen.






Inmiddels zijn we "geland". De ligging van het hotel is echt geweldig. Het avondeten genieten we met een superuitzicht. Niet alleen dat is noemenswaardig, ook wat we op ons bord hebben. Jongens, wat heeft de kok er iets moois en lekkers van gemaakt. Het enige minpuntje blijft dat we om te douchen en waarschijnlijk tanden poetsen en dergelijke zo'n 300 meter verderop moeten naar een soort openbare douche aan het strand. Ze kunnen er natuurlijk niets aan doen dat er watertekort is, maar een kan of fles water op de kamer had fijn geweest. Wel mogen we onze Doppers, voor mij dus één minder, met water vullen. 

Morgen worden we wakker met een geweldig uitzicht! 

boven de trap het raam van onze kamer